The Artist, stil genieten

Zijn er nog films die zowel grote publiekstrekkers zijn en toch niet voldoen aan hedendaagse criteria, zoals ’cool-vette’ special effects, 3d, erupties van donderend lawaai en extreme gewelddadigheid? Je zou zeggen van niet, maar mis: ze bestaan nog.

Zo ging ik vandaag met mijn vrouw naar The Artist, een film die in het Haagse Filmhuis draait en dus per definitie een goede film is, sowieso volgens cinematografische kwaliteitsstandaarden. En deze film behoort daar zonder meer toe, wat zeg ik, ik vind het een uitstekende film. Hoe is zoiets mogelijk? Het is een zwart-wit film en bovendien een ‘stomme’ film zoals die in de jaren twintig van de vorige eeuw gemaakt werden.

De film speelt zich af in het Hollywood van weleer en gaat over een acteur – George Valentin – die furore heeft gemaakt in het tijdperk van de stomme film. Wij zien hem aan lager wal raken als de gesproken film zijn intrede doet (de ‘talkies’) en hij weigert daarin mee te gaan. Valentin (naamsverwijzing naar Rudolf Valentino?) regisseert liever zelf een film volgens het beproefde en altijd succesvol gebleken recept – stomme film dus – en speelt daarin zelf de hoofdrol. Deze film flopt echter jammerlijk. De jonge starlet Peppy Miller die min of meer bij toeval door Valentin zelf in de filmwereld is geïntroduceerd, groeit daarentegen uit tot een ware filmdiva. Zij zet alles op alles om de carrière van haar vroegere mentor – voor wie zij ook liefde voelt – weer op de rails te krijgen.

Dit is de kern van het op zich simpele verhaal, ik ga niet in op wat er verder allemaal gebeurt en hoe het afloopt, maar de film is beslist een aanrader. Niet alleen voor cinefielen, maar voor een veel breder publiek. Dat is niet alleen maar mijn mening, dit is inmiddels een feit: in Cannes heeft de film maar liefst 6 Golden Globes behaald en is een groot kanshebber voor de Oscars dit jaar.

Alle ingrediënten voor een succesvolle film zijn aanwezig: nostalgie, humor, liefde en romantiek, ontroering. En, wat heel bijzonder is: er wordt geen woord in gesproken, wat er wordt gezegd is te lezen in van die ingekaderde teksten zoals deze ook in de vroegere stomme film werden ingemonteerd.  De enige geluiden die je hoort zijn de muziek - helemaal in de stijl van die tijd – en de geluiden die Valentijn hoort in een droom waarin zijn angst voor het komende ‘geluidstijdperk’ heel goed tot uiting komt: een glas dat wordt neergezet, het opgewonden gegiechel van een stel meiden die langs paraderen, het geluid van een exploderende bom wanneer een veertje de grond raakt.

Prachtige rollen van Jean Dujardin als George Valentin en Bérénice Bejo als Peppy Miller. Maar we zien ook heel even Malcolm McDowell van de jaren-60 klassieker ‘A Clockwork Orange’. Een heel bijzondere, mooie en uiterst grappige rol is weggelegd voor het hondje Uggie, in de film de onafscheidelijke Jack Russell van Valentin, dat op commando ‘dood’ kan liggen en zijn baasje van een wisse dood redt. Het diertje – 10 jaar imiddels – heeft al een prijs gewonnen voor ‘beste hondenrol’.

Wie zich even wil laten onderdompelen in de tijd van de jaren twintig van de vorige eeuw, of gewoon een fijne mooie film wil zien, aarzel niet! Gaat dat zien.

Brokkenpiloot op drift

Het was een wonderlijke trainingsavond woensdag. Aanvankelijk had ik het idee om niet met de groep mee te trainen, maar voor mijzelf. Aan de ene kant omdat ik verwachtte dat het een zware training zou worden en mijn bronchieën dit niet zouden trekken, aan de andere kant omdat ik verwachtte later thuis te zijn. Eerst moest ik namelijk kaartjes kopen voor een concert in ‘De Boerderij’ op 3 februari, Frank en ik gaan daarheen. Ik wist niet waar ik die zo snel kon krijgen. Ja, op internet staan allerlei voorverkoopadressem maar die informatie is in veel gevallen niet meer up to date. En  oh ja, het zou gaan regenen woensdagavond, zeker aan de kust, en ik heb een hekel aan trainen in de regen.Welk concert? Oh, van een Britse groep uit lang vervlogen tijden, weliswaar niet van de naam en faam van ‘een’ Beatles of  ‘een’ Stones, meer een alternatieve groep die folk, klassiek, pop en rock in hun muziekstijl en nummers verwerkten. Curved Air, met het nummer ‘Backstreet Luv’ (hieronder) scoorden zij destijds een grote hit.

Maar de bronchitis is wel wat minder geworden, de kaartjes kon ik – na een vergeefse poging bij een GWK-kantoor – doodgewoon kopen bij de Free Record Shop in de hal van station Den Haag Centraal. En de laatste smoes ging ook niet op, want nadat ik thuis de buienradar had geraadpleegd, bleken uitgerekend tijdens de training – van 19.00 uur tot 20.30 uur – de ergste buien overgetrokken te zijn.

Dus zonder smoesjes liep ik van huis via de Zonnebloemstraat naar de club, waar een vrij grote groep klaar stond voor de training van deze avond: een duurloop met wat langere versnellingen, zeg vier minuten per keer. Door het gekwakkel van de laatste twee weken was ik nog niet in bloedvorm en bleef bescheiden achter de groep hangen. We liepen via de duinen naar Kijkduin, van daaruit naar de de Ockenburghstraat waar meteen de eerste lange tempoloop werd gehouden. Rechtdoor tot even voor Madestein, waar we in tempo het pad omhoog gingen totdat we het hoogste punt, de loopbrug van een viaduct, bereikten en van daar uit weer terug naar beneden. So far, so good. Maar op de terugweg werden weer wat tempo’s ingelast en toen geloofde ik het wel. Nee, de conditie is niet meer wat ie geweest is, maar dat komt wel weer.

Bij Kijkduin raakte ik de groep uit het oog en ben via de duinen teruggelopen naar de Laan van Poot. Daar kwam ik onze groep weer tegen, net bezig met de rek- en strekoefeningen ter afsluiting van de training. Daarna ben ik naar huis gelopen om mij te wassen en om te kleden, een eindweegs samen met Margreet. Echter aan het eind van de Zonnebloemstraat maakte ik een enorme klapper, ik viel hard en plat op de weg en schoof nog een metertje of wat door. Zo, dat kwam aan. Ik verrekte van de pijn in mijn knieën, ze stonden in brand maar mijn trainingsbroek was niet beschadigd. Thuis zag ik dat de knieën ook niet geschaafd waren, maar ze waren wel dik geworden, vooral de rechterknie. Nu maar eens kijken hoe zich dat gaat ontwikkelen, misschien gaat het wel ten koste van de Puinduinrun dit weekend. We zien wel. Ik ben toch, met bij elke trap pijn tijdens het buigen van de knie, weer teruggefietst naar de club om wat te drinken. En daar was het toch weer heel gezellig. De ludieke barcommissie (met o.a. Cor, Chris en spreekstalmeester Ruud) was weer aan de beurt en hadden ditmaal een loterij geregeld met heuse prijzen.

Later, samen met Paul K., weer op de terugweg, toen zag ik ook dat op de plek waar ik gevallen was een grote scheur dwars over de weg liep met een verhoogde rand.Dinsdag was trouwens de Nieuwjaarsreceptie van onze zaak. De gebruikelijke mooie opstekers van de leidinggevenden, champagne en andere drankjes. Er was zelfs een heuse patatkraam ingehuurd, waar je niet alleen voortreffelijke bruingebakken krokante patat kon krijgen maar ook uitstekende kroketten en dergelijke…

Oud in Het Dolhuys

Graag had ik wat meer loopverhalen geplaatst, maar de verkoudheid heeft een hoop
roet in het eten gegooid. Zo zou ik vandaag hebben deelgenomen aan een
trailrun-training in Soest met onder andere Gert Noordhoek, een lange duurloop (30 km) over een natuurlijk en waarschijnlijk hier en daar moeilijk begaanbaar parcours. Die dertig kilometer was op dit moment sowieso teveel van het goede geweest maar fysiek was ik überhaupt niet in staat geweest om te gaan hardlopen. Andere keer beter.

Wel ben gisteren (zaterdag) naar buiten geweest, sterker nog: de reis ging naar Haarlem om wat cultuur te snuiven. En frisse lucht, het weer was zeer fraai, zonnig zelfs. Doel was ditmaal Museum het Dolhuys, een museum waar ik nooit eerder ben geweest. De reis erheen ging met de sprinter van CS Den Haag naar Haarlem. Altijd een mooie stad om doorheen te wandelen, waarbij het eerst, na het verlaten van het station, altijd onvermijdelijk richting Grote Markt gaat om bij etablissement Brinkman – in het verleden door illustere gasten als Godfried Bomans en Harry Mulisch veelvuldig gefrequenteerd – te lunchen. Ditmaal was geen uitzondering, al is het nu bij cappucino en thee gebleven. Daarna hebben we (ik was weer eens op reis met ‘museum-vriendin’ Karin) op de markt wat rondgestruind.
En passant, bij een kraam waar ‘originele Franse producten’ werden verkocht, ben ik er
letterlijk in gestonken, want daar kocht ik twee bollen gerookte knoflook en even verderop, bij zo’n echte warme bakker, een brood met zonnebloempitten voor thuis. Naderhand, op de terugweg, hebben we bij een goedverzorgde lunchroom Jette gelunchd, pompoensoep met brood. Echt goedkoop was de soep daar niet, maar wel smakelijk.

Museum Het Dolhuys bleek niet in de buurt van de Grote Markt te liggen, waar de meeste musea zich bevinden, maar aan de andere kant van het station. Het staat in een parkachtige omgeving, een glooiend plantsoen met een plas waarin vele soorten watervogels bivakkeren. Met de museumjaarkaart zou het gratis toegankelijk zijn, maar we moesten toch € 1,50 toeslag betalen. Dat gebeurt de laatste tijd wel meer, of
het met de bezuinigingen te maken heeft, geen idee. Maar het was het wel waard,
zo bleek snel.

Het Dolhuys is het museum van de psychiatrie in Nederland. Als bezoeker kun je hier de grenzen tussen ‘gek’ en gezond, normaal en abnormaal ervaren. De verhalen van (ex)patiënten over wat hun ziekte voor hen betekent (dat zie je ook in presentaties, vaste opstellingen, films en videobeelden), waren de leidraad voor de vormgeving van het museum.

In de vaste presentatie zie je hoe de psychiatrie en de positie van de patiënt in de loop der tijden veranderden. Uiteindelijk blijkt dat abnormaliteit veel vaker voorkomt en
dus ‘normaler’ is dan de meeste mensen denken. Zo blijkt maar liefst één op de
vier Nederlanders klant van de Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) te zijn.

Erg interessant allemaal! Echter was voor ons de directe aanleiding om het Dolhuys te bezoeken een tentoonstelling die tot maart te bezichtigen is. De tentoonstelling gaat over de kunst van het ouder worden en is getiteld ‘WIJ ZULLEN DOORGAAN’.  De
tentoonstelling wil beeldvorming over ouderen ter discussie stellen. De gedachte
achter deze expositie is dat in 2011 de eerste lichting babyboomers met pensioen
gingen. Het is de generatie die in de jaren zestig voor het eerst in de geschiedenis een eigen jeugdcultuur vormde. De rebelse jongeren van weleer, de hippies en provo’s, zijn de nieuwe ouderen. Hoe ervaren zij die ouderdom en hoe gaan zij daar mee om? Die vraag staat centraal in de tentoonstelling die van 24 augustus 2011 tot en met 4 maart 2012 te zien is.

De tijd dat ouderen na hun pensioen achter de geraniums gaan zitten, is voorbij. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, maar de bezoeker ontmoet met name inspirerende ouderen, die met hun persoonlijke verhaal vooroordelen over ouderdom wegnemen. Tegelijkertijd krijgen ook de babyboomers te maken met de aftakeling van lichaam en geest. In de tentoonstelling komen het ouder wordende brein en de ziekte
Alzheimer aan bod.

Gerenommeerde kunstenaars brengen ouderdom in beeld. Van fotograaf Erwin Olaf is een serie portretten van sexy geklede dames te zien. Kunstenares Anne Verhoijsen
portretteert zichzelf op 55-jarige leeftijd op zes verschillende leeftijden. Ook
is er een serie erotische foto’s van bejaarde stellen, gemaakt door Marrie Bot.
Verder een indringend project over dementie van Gerrino Mulder en fotograaf Bert
Verhoeff en zie je foto’s van ‘Persbureau op lokatie’ in Eickendonck, klinische
afdeling voor langdurige behandeling van psychiatrische patiënten van 55 jaar en
ouder, door Lino Hellings.

Verder vond ik de filmpjes die regisseur Nova van Dijk maakte van onder andere kunstschilder Jan Sierhuis en acteur Peer Mancini, die vertellen over het ouder worden,
interessant en ontroerend.

 
Ter gelegenheid van de tentoonstelling is er ook een speciale krant verschenen die de bezoekers mee naar huis mogen nemen. Het is best een interessante krant vind ik,
met interviews met Freek de Jonge, Ciska Dresselhuys, Dick Swaab, Jef Rademakers
en Carry Tefsen die blij is met haar nieuwe kunstheupen. “Ik loop als een kievit
over het toneel,’’ verklaart de inmiddels ook alweer 72-jarige actrice.Ik vond de expositie erg de moeite waard. Als je de gelegenheid hebt,
ga eens kijken en trek vooral wat tijd uit voor het bekijken van de filmpjes
hier en daar.
Het museumcafé is ook erg leuk om even te gaan zitten en wat te gebruiken. Grappig ingericht, aardig personeel, en het gebak is zelf-gemaakt.

Derek en de dominees

Het is wat rustig op dit blog de laatste dagen. Gisteravond was er redactievergadering van ons clubblad bij Henk V. aan de Frankenslag, we hebben onder het genot van
koffie met appeltaart en daarna wat biertjes met een knabbeltje de lijnen voor
het komende jaar uitgezet en de taken verdeeld. Maar zowel tijdens als na deze
sessie (ik was met de bus gekomen en werd door Jan thuisgebracht) speelde mijn
verkoudheid fors op. Zo ook vandaag, ik moest mij zelfs ziek melden. Het was een
beetje landerig dagje. Maar wat dvd’s bekeken: Jacques Brel in Olympia uit 1966,
King Crimson live, wat Wordfeud gespeeld (jaja, ook ik ga met mijn tijd mee ;-)

En dan nog iets. Ik wilde het er eigenlijk niet over hebben omdat er  al genoeg over gediscussieerd wordt op internet, maar het hield mij – met vlagen – wel bezig de laatste dagen. Met buitengewone belangstelling – en zelfs met een  persoonlijke inbreng hier en daar – heb ik de discussie gevolgd naar aanleiding van de ‘ontmaskering’ van Derek Ogilvy in het VARA-programma RamBam. Nou stelde  die ontmaskering niet veel voor, sterker nog: niets, maar alleen het nieuws  vooraf was aanleiding voor de sceptische goegemeente om zich bloeddorstig op de  schotse paragnost te werpen. Eindelijk een zwakke plek gevonden! Weg met die  charlatan!


Laat ik eerlijksheidshalve  vertellen hoe ik persoonlijk tegenover Derek sta: ik heb altijd wel belangstelling gehad voor wat mensen als hij doen, ik sta er zogezegd wel voor
‘open’. En dat komt omdat ik mij van jongs af aan heb verdiept in zaken als  astrologie, de I Tjing, de boeken van Rudolf Steiner, Krishnamurti en Bo Yin Ra,  tijdschriften over de randgebieden van de wetenschap (zoals Bres), kortom die  hele enigszins oosters-georiënteerde mikmak (zouden nuchtere Nederlanders zeggen). Waarom? Niet als een vlucht uit de realiteit, integendeel, het ging mij  eerder om de realiteit, of liever gezegd het leven zelf, beter te doorgronden. En soms maak je zelf dingen mee, wonderbaarlijke toevalligheden, voorspellende  dromen (heel af en toe), opmerkelijke invallen. En je hoort van anderen bijzondere verhalen. Mijn ‘basisgeloof’ is het ‘ietsisme’, een weten dat de realiteit veel meer is dan wij met onze zintuigen kunnen waarnemen. Maar ik geef toe: dat is een ‘gevoel’, een innerlijk weten maar wetenschappelijk is dat niet
hard te maken. Hoeft ook niet, overigens geloof ik niet dat de wetenschap ooit alles zal kunnen verklaren.

Maar wat vind ik nou zelf van die Derek? Als babyfluisteraar vind ik het wel interessant wat hij doet, volgens mij een combinatie van intuïtie, sensitiviteit en psychologisch inzicht. Ik denk dat hij goed werk doet en ouders een flink stuk op weg helpt bij het begrijpen en het opvoeden van hun lieveling.

Wat de tv-show betreft, ik zie steeds hetzelfde format , een bekend gegeven bij commerciële omroepen. Dat Derek een show bij RTL heeft is niet omdat de leiding nu zo ontzettend ‘gelooft’ in zijn gaven, maar omdat het programma erg veel kijkers trekt. Leuk voor de adverteerders en kassa voor RTL. En voor Derek uiteraard, evenals Char is het zakelijke hem niet vreemd. So Far, So Good. Vervolgens zie ik een show met een
boel hokus pokus, Derek die zich eerst in een lege zaal concentreert waarbij
steeds dezelfde voice-over met steeds dezelfde woorden en op steeds dezelfde
bezwerende toon vermeldt dat ‘Derek meteen contact krijgt met een geest’. Waarna
een programma-onderdeel volgt waarin de paragnost al dan niet, maar meestal wel,
rake dingen zegt over mensen uit het publiek. Eerlijk gezegd vind ik dit altijd boeiend om naar te kijken.

Maar ik kan mij voorstellen dat sceptici (de meerderheid) dit alles maar een hoop voorgekookte show en flauwekul vinden en de ‘gelovigen’ zullen meegeven dat het om niets anders draait dan trucage, coldreading en andere psychologische of goocheltrucs, kortom bedrog. Of zij verwijzen naar Derren Brown, een ‘collega’ van Derek die aangeeft dat het allemaal niets anders is dan trucs, en niets te maken heeft met ‘The Spirit World’. Tja, het is dan gewoon een kwestie van wel of niet willen geloven. Wie
wel wil geloven blijft geloven en heeft daar vaak goede persoonlijke argumenten voor, wie toch al niet geloofde zoekt net zo lang tot hij/zij de stok heeft gevonden om de hond (in dit geval Derek) te slaan. Ieder mens gaat nu eenmaal uit van zijn eigen (al dan niet bewuste) overtuigingen.

Wat mij echter het meest overtuigt van Dereks ‘kunnen’ zijn de fragmenten waarbij hij gezinnen thuis bezoekt, meestal waar een gezinslid overleden is. Hij voelt en zegt dan
dingen waarvan je denkt: héé, dit is heel bijzonder wat hier gebeurt, dit is niet verklaarbaar. Hier is geen coldreading in het spel omdat de informatie die hij ‘doorkrijgt’ heel specifiek is en soms zelfs niet eens bekend aan de familieleden. Ook het commentaar achteraf van betrokkenen, die na de reading helemaal ‘om’ waren, lijken oprecht en niet ingestudeerd.

Maar juist omdat er best het een en ander voor en tegen de kunsten van Derek valt aan te voeren, verraste mij vooral de stelligheid en de negatieve, agressieve toon,
soms zelfs regelrechte botheid, van de sceptici mij. Op diverse fora gingen complete beerputten open. De verontwaardiging en de woede waren niet van de lucht. Hoe een normaal mens in godsnaam in zulke flauwekul kon geloven! En dat men altijd al geweten heeft dat Derek een bedrieger is die veel geld verdient over de ruggen van domme, labiele of anderszins kwetsbare mensen. “RTL-volk” dat in groten getale naar de shows van de Schotse showman-paragnost komt, en daar dik geld voor betaalt.

Tja, ik moest wel een beetje glimlachen toen ik vanavond een reportage zag van een andere ‘gelovige sekte’ die in groten getale naar hun goeroe, Richard Dawkins, kwamen en aan zijn lippen hingen. Dawkins volgelingen zijn intelligente studenten en jonge wetenschappers, die heilig in de evolutie ‘geloven’ en afkerig zijn van het idee
dat er aan het leven een ‘Intelligent Design’ ten grondslag ligt. Misschien zijn het dezelfden die positief staan tegenover de denkbeelden van Swaab (heel kort
door de bocht: “alle bewustzijn zit in de hersenen”), en niets moeten hebben van
wetenschappers als Pim van Lommel (die de gedachte dat het bewustzijn los van de
hersenen kan functioneren aannemelijk heeft gemaakt).

Ach, een ieder gelooft kennelijk toch waar hij of zij zich het lekkerst bij voelt, en dat
moeten we dan kennelijk maar zo laten …

Zo druk als woensdagavond was het zelden bij de vereniging. Vlak voor zeven uur,
het tijdstip waarop de trainingen van de loopgroepen beginnen, leek het clubhuis
bijna uit zijn voegen te barsten. Kennelijk zijn heel wat mensen 2012 gestart
met goede voornemens, bijvoorbeeld door te gaan trainen voor de City Pier City
Loop, 10 kilometer of de halve marathon. En het weer zat ook mee, zij het dat
het aanvankelijk behoorlijk motregende.

Ik was er ook, maar ik voelde mij niet fit, een wat vermoeid en pijnlijk lijf en stevige hoestbuien zo nu en dan. Koorts had ik echter niet, dus maar proberen. Er stond een vrij zware training op het programma, met lange tempo’s: 5 min. – 10 min. – 5 min. – 10 min. – 5 minuten. Bij het inlopen voelde ik al: “dat gaat ‘m niet worden”. Inderdaad
bleef het bij proberen, nog bij het inlopen, na amper één kilometer, haakte ik
af en ging voor mijzelf lopen. Het werd een uiterst rustig duurloopje, hooguit
70 minuten met onderbrekingen (stukjes wandelen), en bij elke stap piepten de
bronchieën dat het een aard had. Ik kon nog geen vier meter versnellen, gewoon
ademtekort.

Laat ik er geen drama van maken, iedereen is weleens verkouden, en in dit seizoen krijgen velen een beurt. Maar ook de nazit hield ik niet lang vol, om tien uur ging ik al naar huis. Wat in een stoel gehangen met een paracetamolletje, zelfs te lamlendig om naar bed te gaan. Maar een beetje naar Paul & Witteman gekeken. Ik kijk altijd, maar wat het is weet ik niet, misschien vanwege het late uur, ik betrap mij er op dat ik het vaak niet helemaal meer uitkijk. Ook blijf ik het vreemd vinden dat velen Knevel en Van
der Brink (de zomerse P&W) zoveel minder waarderen, want zij kunnen mij zowel wat de gasten, onderwerpen als toonzetting betreft nèt iets meer ‘triggeren’.

Haagse oliebollen en Nieuwjaarsreceptie

Zaterdagmiddag niet lekker een crossje gelopen. Nou ja, crossJE, het was een cross van acht kilometer oftewel vier ronden met veel geklim en geloop door het
mulle zand van het beruchte duinvalleitje en paardenpaden.
Maar eerst zijn er wat foto’s genomen van de deelnemers aan de korte cross (twee ronden), de meesten hadden het ook op deze afstand behoorlijk zwaar. Het weer was echter best redelijk, de zon scheen en er stond weliswaar een flinke koude wind maar de duinen gaven hier en daar beschutting dus tijdens het lopen had je daar niet zo veel last van.

Niet dat dit wat mij betreft veel uitmaakte: van meet af aan ging het niet lekker, liep ik constant ‘boven mijn adem’ met al na één kilometer een stop omdat de veter van mijn rechterschoen los was gegaan, de uiteinden daarvan zwiepten bij elke stap driftig heen en weer. Maar ik kwam daarna niet echt op gang. Wat een gezwoeg vandaag, wat een verschil met de kerstcross twee weken geleden. Acht kilometer lang hijgde ik als een stoomlocomotief en bij elke keer heuvel-op moest ik wandelen. En ja, de smoes is al gereed en voorspelbaar: de winterkilo’s!

Maar goed, de cross is volbracht, niet in 35 tot en met 41 minuten zoals mijn overige groepsleden, maar in dik 44 minuten. Heel wat mensen die ik bij de kerstcross met gemak achter mij liet finishden vandaag met eenzelfde gemak (nou ja) ruim vóór mij. Toch is het een cross waaraan ik altijd mee zal blijven doen omdat het een èchte clubcross is en bovendien vooraf gaat aan de jaarlijke nieuwjaarsreceptie. Traditie kortom! Winnaar van de lange cross werd overigens Marc Rotsaert van De Koplopers en ‘onze’ Ellen Oostvogel werd eerste bij de dames. Mooie prestaties!

Na de cross heb ik mij snel gedouchd en ben naar huis gegaan om mij in smoking te hullen. Jazeker, evenals tijdens het kerstdiner ‘van de zaak’, dan doet dat nog eens dienst. De rest van het jaar hangt het werkeloos in de kast. Wederom op de fiets naar de club, al hoort er bij een smoking feitelijk een limousine maar er zijn zo van
die dagen dat ik daarover niet kan beschikken.

Wat was het gezellig op de club, en wat was het druk, heel druk. Een geweldige opkomst! Met veel oude getrouwen. Uiteraard eerst het officiële gedeelte met een toespraak van voorzitter Ruud, daarna speeches van Dick en Carel en het in de bloemetjes zetten van de top-atleten en de top-vrijwilligers van de vereniging. De Hans
Hendriks Beker die elk jaar wordt uitgereikt aan de atleet, groep atleten of
commissie die het afgelopen jaar uitzonderlijk gepresteerd heeft, ging ditmaal
naar Khalid Choukoud. Hij werd dit jaar onder meer Nederlands Kampioen op de 10
kilometer en ook bij diverse veldlopen heeft hij grandioos gepresteerd.

Bestuurslid Dick Witmont ging in op de vele ideeën en suggesties die door de clubleden zijn ingediend en verband houden met het 100-jarig bestaan van onze vereniging. Dat is “pas” in 2013 maar voor je het weet is het zover. Het zal ook in dat opzicht een pittig jaar worden want er moet veel georganiseerd en uitgewerkt worden.

Van vijf tot zes uur was het ‘Happy Hour’ waarin gratis gedronken kon en mocht worden en, voor zover men dat nog kon opbrengen, kon er genoten worden van de prima rijk met krenten gevulde oliebolletjes van onze trainer en trainerscoördinator Wim Hartman die gisteren ook in de bloemetjes is gezet wegens 25 jaar buitengewone verdiensten. En na deze feestelijkheden werd er zowaar nog gedanst en gingen de voetjes voor de
tweede maal die dag van de vloer, zij het nu binnenshuis.

Voor de storm uit

Pfoei, de buienradar beloofde niet veel goeds: het westen van ons
land zou heel wat water en wind te verwerken krijgen deze woensdag,
vooral later in de avond. Echter in de vooravond zou het meevallen. Dat
was betrekkelijk, want toen ik om zes uur thuiskwam viel er al aardig
wat hemelwater. Ik kleedde mij om en besloot wat eerder te gaan trainen.
In mijn eentje, ja. Lijkt wat asociaal maar dat viel wel mee, naderhand
heb ik de schade ingehaald. Weer even een snelle blik op de buienradar
geworpen: héé, tussen 18.25 en 19.10 uur geen onheilspellende grijze of,
erger nog, blauwe, oranje of paarse plekken boven Den Haag. Later wel!
Dus het was letterlijk een kwestie van tussen de druppels doorlopen om
droog te blijven.

Gek toch, vroeger (daar komt-ie weer!) kon het weer mij niet ruig of
slecht genoeg zijn: storm, sneeuw, zelfs regen, het deerde mij niet.
Lekker juist, dat afzien! Maar tegenwoordig hoeft het voor mij niet. Nou
ja, storm en sneeuw, allah, maar regen: ik vind het maar niks.

Maar goed, ik ging dus lopen en het ging best lekker, het werd een pittig
duurloopje van pakweg 70 minuten. Het tempo was voor mijn gevoel
behoorlijk, en er zat op het laatst zelfs een versnellingsloopje van
vier minuten in. En het bleef zo goed als droog! De route? Tja, waarom
vergeet ik nou steeds mijn horloge in te stellen, dan hoef ik alleen
maar het routekaartje te downloaden. Heb ik meteen een plaatje bij dit
praatje. Maar ik kan het ook wel opschrijven. De route liep van de
Zonnebloemstraat linksaf de Bosjes van Pex in, op het pad parallel aan
de Sportlaan, en zo liep ik door naar Meer en Bosch. Daar heb ik een
stukje doorgelopen tot aan de Laan van Meerdervoort, van daaruit naar de
Ockenburghstraat in oostelijke richting en bij de Monsterseweg naar
rechts, brug over weer naar rechts landgoed Ockenburgh in en daarna
langs de puinduinen en via de Laan van Meerdervoort weer terug naar
huis. Bent u nog wakker? Tja, voortaan toch maar een plaatje van het
kaartje…

Na afloop van de training – want ja, zo zijn we ook wel weer – uiteraard gedouchd, wat achter de pc gezeten, soep gegeten, koffie gezet en gedronken, regenpak aan en naar
de club. Het was tegen half tien inmiddels en het regende behoorlijk, dus dat pak was bepaald geen overbodige luxe. Bij de club was het ouderwets gezellig, al waren de meeste mensen van Groep 5 al naar huis en had Wim, onze trainer, nog een appeltje met mij te schillen.

Dat bleek een behoorlijk zuur appeltje, want er was geen goed verslag
met foto’s van het afgelopen – zeer geslaagde – trainingsweekend in
Hoenderloo in het clubblad opgenomen. Ik had het beloofd en inderdaad,
er was iets misgegaan. Ik had er wel iets over geschreven op mijn eigen
weblog en ook de uitslagen die ik van Wim had gekregen zijn op de
website geplaatst, maar in het blad is een en ander onderbelicht
gebleven. Foutje, niet bedankt…
Verder nog wat nieuwjaarswensen uitgewisseld met deze en gene en wat
biertjes gedronken. Terug naar huis was het gelukkig droog, en ook de
wind viel (nog) mee. Maar de nacht is nog lang en er komt wel het een en
ander aan storm en regen deze kant op…
Disclaimer | Privacy & Cookie | Copyright notice | Voorwaarden | Melding maken

©2003 - 2012 Weblog.nl is onderdeel van Sanoma Media Netherlands groep.