Fascinerend voorproefje Herakles

Eigenlijk was het een van de meest fascinerende ‘voorstellingen’ van theater ‘De Appel’  die wij ooit meemaakten. Het woord voorstellingen staat tussen aanhalingstekens, omdat het geen voorstelling was in de betekenis die wij er normaliter aan geven. Dus geen compleet stuk met een kop en een staart.  Integendeel, het waren drie scènes uit twee stukken van de 9-delige en elf uur lang durende theatermarathon  ‘Herakles’ die op 28 februari van start gaat en tot eind mei doorloopt maar waarvoor nu al, economische crisis of niet, bijna 52% van de kaartjes verkocht is.

Waar wij op deze vrijdagavond getuige van waren was een openbare repetitie.  Plaats van handeling was de – speciaal voor deze theatermarathon – compleet herbouwde zaal  waarbij  je als publiek in een soort halve piste zit op opvallend comfortabele stoelen.  Het
speelvlak bestaat grotendeels uit een lang en breed podium (volgens regisseur Aus Greidanus sr.  twee keer zo groot als dat van het eveneens immense Stadsschouwburg Amsterdam. Eigenlijk was het een van de meest fascinerende ‘voorstellingen’ van theater ‘De Appel’ die wij ooit meemaakten.  dat uit hetzelfde hout is opgetrokken als de
achterwand, waarin diverse openingen zijn gemaakt voor opkomsten en verschijningen.  Het zijn geen gewone openingen, maar een soort hangende ‘cat walks’, uit hout en staal opgetrokken, die vanuit de muur naar voren komen.  Op deze avond zagen wij niet alle mogelijkheden op dit vlak, maar wel zagen wij hoe de acteurs vanuit die houten wand een aantal enorme zuilen pilaren door het decor naar voren schoven.  Straks, bij de officiële voorstelling, worden nog meer zuilen neergezet zodat je het effect van een compleet Panthenon krijgt.

 

 

 

 

 

In de eerste scène zien we hoe Alkmene, de moeder van Heracles, aangevuld door twee mede-goden (verbeeld door Nadia Amin en David Geysen),  herinneringen ophaalt aan haar zoon ‘die zij heeft gevoed, wiens billen zij heeft gewassen etc ’.  Bij deze scène grijpt Greidanus een aantal keren in en de hele scène wordt zelfs een keer herhaald. Met name worden wat accenten gelegd op intonatie en stemvolume, waardoor de trialoog aan kracht
wint.  Naderhand zien we hoe een van de zonen van Herakles (Joost Bolt) dodelijk gewond wordt binnengebracht en op een groep aaneengesloten stoelen wordt neergelegd.  Dan ontstaat er enige discussie en geëxperimenteer met hoe de stoelen stonden en hoe ze nu het beste geplaatst kunnen worden. Ook zagen wij Heracles (Bob Schwarz) geketend binnengedragen worden op een tafel en uit zijn bewusteloosheid ontwaken, waarna hij zich mogelijk gaat herinneren wat hij heeft aangericht (in een vlaag van waanzin heeft hij zijn kinderen gedood).  En op het laatst zien we een scene waarin Theseus  en
Peirithoios in een dikke mist uit een rookmachine in het Hades zitten, voor eeuwig
vastgeroest op dezelfde plek.

Het bijzondere was dat je er als publiek met je neus op zat, je zag hoe Aus Greidanus sr.  als regisseur te werk gaat, hoe de interactie verloopt tussen hem en de acteurs.  Dat
alles wordt heel toegankelijk gemaakt voor het publiek, toch heeft het bijna iets voyeuristisch. Je ziet gedeelten van een stuk in voorbereiding, maakt mee hoe een scène groeit, en dat alles onder de dynamisch-creatieve aansturing van Aus Greidanus sr.  die – zou je kunnen zeggen –  in dit stuk eigenlijk de hoofdrol speelt.  Het aardige is ook dat het voor leken zoals wij goed te volgen en te begrijpen was. Dit overigens niet in de laatste plaats door de uitleg die Aus zo nu en dan gaf over wat wij te zien kregen, om welke scènes het ging en dat wij voor een goed begrip toch vooral de hele voorstelling zouden moeten zien!

In het gedeelte na de pauze zag je een enorm schip rechtstandig op het podium staan, tegen de achterwand  met de punt naar beneden, als het ware vanuit de bodem omhoog rijzend. Dat moest het schip Argos verbeelden waarmee Herakles en de Argonauten op reis gingen om de gouden schapenvacht (het Gulden Vlies) te roven, waarbij hij tevens Theseus uit de onderwereld wist te redden. Het schip is onderweg  gestrand,  nadat het door een  tsunami-achtige golf werd opgetild en in de woestijn is neergesmeten.  In de scène
die hier werd gerepeteerd zien we Theseus in discussie met de andere Argonauten, die unaniem van oordeel zijn dat zij deze rampspoed te danken hebben aan de Godin Medea. Zij proberen Jason ervan te overtuigen Medea te vermoorden, maar deze weigert dat omdat zij zwanger van hem is.

Al met al hebben we genoten van een geweldige voorstelling die geen voorstelling was. En naar het totale gebeuren, de 11 uur durende theatermarathon Herakles, moeten we ook maar heen. Dit voorproefje smaakte in ieder geval naar meer.

 

Hectiek in blessuretijd…

Het waren erg drukke dagen de afgelopen week. Onze afdeling heeft sinds deze week een nieuw hoofd die er meteen en met veel enthousiasme ‘voor gaat’ en ja, daarin wordt je wel meegenomen. Ook al ga ik mijn laatste jaar in – hopelijk niet van mijn aardse leven, maar wel van mijn betaalde werkzame leven – , het zal geen super-rustig jaar worden want ‘ik moet mij dat laatste jaar wel gelukkig voelen’. Nu dacht ik al dat ik mij redelijk gelukkig voel maar eigenlijk betekent zo’n opmerking: keihard gaan werken. Niet dat ik daar een hekel aan heb, integendeel. Maar ik kan het niet helpen, ik krijg altijd iets relativerends bij positief bedoelde managers-taal zoals: ‘Passie voor je werk hebben’. Helemaal niets mis met zo’n slogan of zo’n ‘opsteker’, maar toch: passie heb je of heb je niet, dat komt van binnenuit en kan niet worden aangepraat. Het is net zoiets alsof een autoriteit jou aanpraat dat je voor iemand de ware liefde moet voelen. Wat mij betreft, ik heb passie voor het leven en daar maakt mijn werk deel van uit. Maar foei, dat is uiteraard een perfide standpunt, je hoort dag en nacht alléén voor je werk te gaan, wat je in je vrije tijd doet is ‘ontspanning’, bedoeld om je op te laden voor je werk. Jaja, prima, ik ga daar zó in mee, als je er ook voor betaald wordt…

Maar ik ben aardig aan het leeglopen, het resultaat van wat herfstbokjes na de training. Heb ik dan getraind? Ja en nee. Ik heb gewoon een uurtje voor mijzelf gelopen. Het gaat wel een stuk beter met mijn knie maar ik durfde er niet meteen ‘vol voor te gaan’. Met de groep stonden er lange tempo’s (1-2-1-2-1-2 kilometer snel) op het programma en die heb ik geen van allen gedaan. Wat niet wegneemt dat het lopen best goed aanvoelde. Dit weekend durf ik wel met twee van de vele Paulen van de vereninging (Wobbe en Kruysen) in Delft een 10 kilometer te lopen…

Uiteraard ben ik, na mij thuis gedoucht en omgekleed te hebben, weer naar de gezelligste club van Nederland gegaan. Haag Atletiek, zo is dat. Gezellig wat gekletst, eerst met de mensen van onze groep en naderhand met ‘de jongens’. Een beetje vooruitgeblikt op ‘leuke dingen’. Zo speelt de dochter van Ruud van Aarle in een meiden-rockband, Take it Off. Ze treden in februari op in Het Paard, het wordt tevens een cd-presentatie. Niet ondenkbaar dat we er met een groepje heen gaan.

Vrijdag gaan wij naar een openbare repetitie van het theaterstuk ‘Herakles’ bij theatergroep De Appel. Dat zal ook weer een mega-ervaring worden, ik ben benieuwd.

En volgende week dus naar die geweldige band, Curved Air, in de Zoetermeerse boerderij. Nu zullen al die culturele dingen de meeste lezers van dit blog een zorg zijn, ik vind het zeker iets toevoegen aan het leven. Al blijft hardlopen natuurlijk het mooiste wat er is!

Oh ja, dan is er nog het Filmfestival Rotterdam. Het is weer zover! Misschien ga ik daar vandaag een kijkje nemen.

Van puinduinrun tot winterbier…

Toegegeven, enige ijdelheid is mij niet vreemd, maar zó ijdel ben ik ook weer niet (meer) dat ik bijgaande foto, die Jeroen Tibbe mij toezond, niet zou plaatsen. Van wie was het gezegde ‘Alles wat een man mooier is dan een aap is meegenomen’ ook alweer? In dit geval wel een belediging voor de aap…

Maar eerlijk is eerlijk, het was wel weer lekker zwaar vanmorgen in de Puinduinen. Aanvankelijk wilde ik niet eens meedoen, want mijn knie was nog steeds wat opgezet en gevoelig en ook is mijn algehele conditie
niet je dát. Nog steeds dat hoesten, het is erg hardnekkig ditmaal. Dus vrijdag belde ik groepsgenoot Patrick of hij mijn startnummer wilde overnemen. Hij had al eerder aangegeven dat hij graag de Puinduinrun zou lopen maar te laat was voor de inschrijving, vandaar. Echter had Patrick inmiddels andere afspraken gemaakt dus dacht ik: ik doe gewoon mee, ik zie wel waar het schip strandt.

Met de fiets ging ik vanmorgen richting Puinduinen. Bij vertrek van huis regende het behoorlijk (niet helemaal conform de Buienradar) en er stond een stevige tegenwind. Ik trapte achter twee dames aan die aan hun kleding en rugzak te zien naar hetzelfde evenement toegingen. Om tien voor half elf ter bestemde
plekke. Gelijk met Carel K. kwam ik aan, we zetten onze fietsen tegen een boom (de rekken waren al vol) en gingen onze startnummers en andere aardige hebbedingetjes ophalen. Omkleden, even wat inlopen, dat viel wel mee. Andere clubgenoten waaronder Marjolein, Ruud en Paul gaven ook acte de présence, verder
zag ik nog René, eerdergenoemde Carel en Anneke. Ook bloggend Nederland was vertegenwoordigd, in ieder geval in de personen van Bjorn Paree, Richard van der Klis en Ruud Verhoef. Ik kan verklappen dat zij in ieder geval de eer van het weblog-gilde gered hebben, van mij moest men het niet hebben vandaag
;-)


Tegen elf uur was ik bij de start, waar het behoorlijk druk was! Drukker dan anders, had ik het idee.
Allemaal mensen die 1, 2 of 3 ronden zouden lopen wat overeenkomt met 3,5, 7,5 en 10,5 kilometer. Het startschot ging en ik ging heel rustig van start, vrij achteraan. En zo zou het drie ronden lang gaan: heel rustig, behalve op de zeer schaarse min of meer vlakke gedeelten waar ik probeerde wat te versnellen.  De drie uiterst steile ‘Stairways to Heaven Hell’ heb ik allemaal consequent, drie ronden lang, op- en afgewandeld. Dus dat ik daarmee geen snelle tijd zou lopen was van meet af aan wel duidelijk. Maar ik heb de Puinduinrun min
of meer als een (zware) training gelopen, niet als een wedstrijd.

Klimmen, klauteren, lijden. En bij sommige stukken hard doorhalen om de schade te beperken. Uiteindelijk kwam ik in 64 minuten over de meet. Geen geweldige tijd maar gelet op mijn huidige vorm en het bewust
ingehouden lopen viel het mij niet eens erg tegen.

Een beetje uitgelopen, gedoucht en omgekleed en in het clubhuis wat nagepraat met Paul K., Jan G. ,
Marjolein (die goed had gelopen maar nèt buiten de prijzen is gevallen) en Saskia van Vught, de sympathieke nationale topper die vandaag het parcoursrecord van de dames – dat op naam van Sanne Broekema stond, die nu overigens eerste dame op de 7,5 km. werd – met zes seconden brak.

Winterbierfestival

En dan was er weer het Winterbierfestival in Gouda,
wat inmiddels een heuse traditie is geworden en evenals vorig jaar op dezelfde dag als de Puinduinrun plaatsgreep. Het was een echt mannengroepje dat die kant opging. Behalve organisator Frank, waren Erik G., Frits B., Paul K. (dezelfde van daarnet, hij had ook de Puinduinrun gelopen) en Jan L. van de partij. We hadden afgesproken in de hal van station Den Haag CS. Jan e Frits bleken al in
Gouda gearriveerd te zijn, Paul kwam later. In de hal troffen we Ruud Verhoef, die ook de Puinduinrun had gelopen, in een fraaie tijd overigens. Het is alweer zo’n tijd geleden dat ik met een medeblogger op de foto stond, dus deze moest even gemaakt worden al is-ie erg vaag geworden. En we hadden nog geen
druppel gedronken…

De voetgangerstunnel bij
station Gouda bleek ondergelopen, maar dat was nog vóór het
bierfestival…

Er viel weer heel wat bier te genieten deze middag, wel 82 soorten werden aangeboden. Al die biertjes
worden in diverse kleinschalige particuliere Nederlandse brouwerijtjes gebrouwen. In het info-boekje dat je bij de ingang krijgt mèt een proefglas en wat plastic munten, staan de namen van alle biertjes met een omschrijving hoe ze smaken. Maar ja, 82 biertjes proeven lukt echt niemand, de meesten houden het
bij vijf, zes glaasjes. Er zitten heel pittige biertjes bij met een alcoholpercentage van 9 of 10 procent, een enkele zelfs meer dan 11 procent.

Iedereen kiest uit het grote assortiment weer andere biertjes, zelf koos ik Haagse Harry’s Winter van brouwerij ABC Beers (Aroma mout, kruidig en geroosterd brood. De smaak is zoet, fruitig met een licht-bittere nasmaak).
dan de Texelse Stormbok van de Texelse brouwerij, een donker gebrouwen bier waarbij duinwater, texelse gerstemout, gebrande moutsoorten, kandij, hop en gist zijn gebruikt. Een robuust biertje voor de ware liefhebber!
Verder Winter van brouwerij Hoeksche Waard, een blond winterbier met een moutig aroma, iets zoetig met licht hopbitter en de smaak van rijpe gele peren en perzik.
En dan de Klap van de Molen van brouwerij De Molen, een diep roodbruin kruidig winterbier. Redelijk zoet, mooie bitterheid en een gebalanceerde subtiele kruidigheid van kaneel, cardamon en laurier.
Laatste biertje was de Quadruppel Oak aged van brouwerij Koningshoeven, vers gerijpt op eiken vaten waarin witte wijn heeft gezeten. Prima biertje ook met een smaak van licht eiken, koffie/tabak en witte wijnaroma’s.

Wij kwamen trouwens ook aardig wat bekenden tegen waaronder Angelo die zeer snel kan lopen maar altijd
voor zichzelf loopt en al een tijd geblesseerd is, en Hans die in de organisatie van de Hash House Harriers Den Haag zit en voor wie ik vele jaren geleden een ontwerp voor een t-shirt heb gemaakt.

Om kwart over vijf gingen we weer naar Den Haag met de trein. We waren met z’n allen beduidend joliger dan op de heenweg, maar kennelijk vonden onze medepassagiers dat niet storend, integendeel. Eenmaal in Den Haag, liepen wij vanaf het station via stadhuis en bibliotheek naar de Wagenstraat. Daar sloten we de dag in stijl af bij ‘De Chinees’ (restaurant Harvest, nadat een ander restaurant helemaal vol zat).